Verbondenheid
Verbondenheid
Een kampbezinning van Chiro Pendoender.
Symbool
We zullen over verbondenheid spreken. De één kan niet zonder de ander.
Elke familie[1] maakt iets voor de andere families. Dat komt in een kistje, dat de andere familie goed moet bewaren. Tijdens het kamp kunnen families, in groeiend vertrouwen, nog andere zaken geven aan andere families. Of als er ruzie is tussen twee families, dan kan daar ook eens over gesproken worden.
Families
Er zijn in het kampthema vijf families. Elk van die families heeft een rol te spelen, anders zit het mooie leven in Derpendoer erop. Ze hangen zelfs van elkaar af. De bestaanszekerheid zit in hun samenwerking verweven.
-
Elfen: winnen het elfenstof dat nodig is om het schild te maken
-
De alvermannen: winnen grondstoffen bij de mensen die ze anders zelf niet kunnen winnen
-
De gremlins: zijn verantwoordelijk voor de techniek die het schild kan realiseren
-
De cyclopen: zijn misschien maar domme krachten, maar soms is pure man-/vrouwkracht al wat je nodig hebt
-
De dryaden: zijn nauw verbonden met de natuur en voorzien dus in het leven zelf
Waarden
-
Als iedereen goed nadenkt, zoals de elfen en de gremlins, dan zijn we in staat wonderen te verrichten.
-
Als we rekening houden met onze buren (de mensen), dan mogen we ook wat terug verwachten. Het is beter om goed met elkaar overweg te kunnen dan op voet van oorlog te leven.
-
Soms is helpen meer dan voldoende. Verstop je dus niet achter uitspraken als 'ik kan dat niet' of 'ik weet niet hoe dat moet'. Help dan met iemand die het wel kan, die zal je hulp waarderen.
-
Wees respectvol voor de omgeving waar je bent: het milieu, maar ook de gebouwen en de andere mensen. Als je geen rekening houdt met de anderen verziekt de sfeer, en op kamp moet je een zieke sfeer te allen tijde vermijden.
Voorstelling
Vijf leiders, van elke familie één, staan gepakt en gezakt klaar om naar het festival te gaan (Ad festum Sancti Mater). Ze zijn allemaal erg stoer en van plan om daar eens te tonen hoe het moet. Ze ‘stoefen’ en zetten hun eigen talent goed in de verf. Maar telkens als er één gestoeft heeft, brengt de volgende hem of haar weer met de voetjes op de grond. Hij of zij bevestigt het talent, maar stelt dan situaties voor waarin het talent van de ander nodig is. Na iedere leider besluiten ze dus telkens om toch maar samen te reizen. Dus eerst met z’n tweeën, dan met drie, dan met vier en dan met vijf.
Werkmoment
De leiders hebben per familie iets bedacht dat snel (tiental minuten) en voor alle andere families (dus vier of vijf keer) gemaakt kan worden. Er wordt intussen ook over gesproken waarom je dat aan een andere familie geeft, waarom je op hen rekent en wat je hen toewenst voor het kamp.
Doe-moment
Een familie vertelt wat ze gemaakt hebben en gaat aan elke familie vertellen waarom ze dat krijgen.
Dat gebeurt dus in vijf rondjes.
Afsluit
Elke familie bezit nu een kistje met waardevolle dingen van de andere families. Ze rekenen op jullie. Op kamp ga je niet alleen: we moeten kunnen rekenen op elkaar.
De kistjes gaan mee op kamp en zullen hun plaats krijgen bij jullie schild op het formatieplein. Draag er goed zorg voor. Tijdens het kamp kunnen er dingen bij komen, in het slechtste geval gaan er dingen uit.
To do
- Per familie iets bedenken wat je snel kan maken (en dat in het kistje past)
- 5 kistjes of houten bakjes
- 5 leiders die het toneeltje spelen
- Eén iemand babbelt het aan elkaar
[1] Heel wat groepen gebruiken op kamp naast de afdelingen nog een andere manier om hun leden in te delen. Elk van die groepen bestaat uit leden van alle afdelingen, en dikwijls krijgen ze namen die verwijzen naar het kampthema. Zo’n groep wordt hier familie genoemd. Bij andere Chirogroepen zijn dat bijvoorbeeld vendels.