Back to top

Veiligheidsfiche evenementen

0 

Fuiven en alcohol

Het is verboden om alcohol, in welke vorm dan ook, te schenken aan mensen jonger dan zestien jaar.  Of je nu pintjes, wijn, alcoholische cocktails of sterkedrank verkoopt aan een -16-jarige, je gaat altijd in de fout.  

Sterkedrank zoals whisky, tequila of jenever aanbieden aan mensen jonger dan achttien jaar is ook verboden.  Ook cocktails vallen onder de noemer sterkedrank.  

Enkele richtlijnen en tips

Wanneer iemand alcoholische drank wil kopen, heb je het recht om zijn of haar leeftijd te vragen.  Om op een fuif een duidelijk onderscheid te kunnen maken tussen -16-jarigen, -18-jarigen en meerderjarigen kun je een systeem invoeren van armbandjes met verschillende kleuren voor de verschillende leeftijden.  Bij het binnengaan kun je de bezoekers vragen om een bewijs van hun leeftijd te tonen, zoals een identiteitskaart.  Als er mensen weigeren, geef je hen gewoon een -16-bandje.

Als iemand die zichtbaar dronken is je fuif wil betreden, kun je hem of haar het beste weigeren.  Als die persoon een ongeval veroorzaakt nadat hij of zij op jullie fuif alcohol dronk, kan jullie organisatie daarvoor aansprakelijk gesteld worden.  Bovendien staan er ook straffen op alcohol schenken aan iemand die al zichtbaar dronken is.

Bij ‘veilig fuiven’ hoort ook ‘veilig thuiskomen’: denk zeker na over hoe jouw feestgangers weer veilig thuis kunnen geraken.  Zo kun je bijvoorbeeld een fuifbus inleggen of het nummer van een taxidienst uithangen.  

Security

De veiligheid van je feestgangers is ook een verantwoordelijkheid die je als organisator moet opnemen.  Als je een groot evenement organiseert, is overleg met de politie en brandweer – vóór het evenement – daarom noodzakelijk.  Probeer goede afspraken te maken, niet alleen over geluidsoverlast en alcoholgebruik maar ook over hoe je zal reageren als er iets misloopt.  

Ook met securityfirma’s maak je best op voorhand afspraken.  Wat verwacht je van hen, en wat kunnen jullie doen om de fuif zo veilig mogelijk te maken?  De meeste firma’s werken zeer professioneel en staan open voor een gesprek.  Nodig hen zeker eens uit op een leidingskring.  Je bent verder ook verplicht om aan het gemeentebestuur door te geven welke firma je inschakelt.  

Enkele richtlijnen en tips

Een zaal heeft een wettelijk toelaatbaar aantal personen.  Ook een tent kan niet oneindig veel volk aan.  Zoek het even op in het contract of brandveiligheidsattest en hou je daar ook aan.  Te veel sardientjes in een ton is om problemen vragen.  

Als er gevochten wordt op je evenement, verwittig dan altijd de politie.  Alleen zij kunnen hier gepast op reageren en de daders aanpakken.  Ze hebben bovendien de taak om dat serieus te nemen.  

Als organisator zijn jullie hier niet voor bevoegd en dat is maar goed ook.  Bekommer je liever om het aanwezige volk dat niet aan het vechten is.  

Je kunt iemand veiligheidsverantwoordelijke maken voor jouw evenement.  Hij of zij is heel de tijd aanwezig en treedt op als contactpersoon voor brandweer, politie, security en gemeentebestuur.  Idealiter waakt die persoon ook over de andere facetten van veiligheid: crowdmanagement, fiets- en parkingbewaking, enz.

Gehoorschade

Te hevige decibels kunnen de oren van het publiek stevig verwoesten. Als organisator van een fuif, concert of festival moet je rekening houden met de wetgeving over gehoorschade. Door enkele tips in het achterhoofd te houden en de wetgeving na te leven, kan je als organisator het risico op oorsuizen voor het publiek verminderen. Die wetgeving vertrekt van het type zaal waarin je iets organiseert.   

Een evenement in open lucht of in een tent?

Dan verandert er voor jouw fuif niets.  Je mag tot 85 db(A) spelen.  Wil je hoger?  Dan zal je zoals altijd een uitzondering moeten vragen aan je gemeentebestuur (je bent verplicht je evenement te melden).  Je mag zo luid spelen als afgesproken met de lokale politie, normaal is dat tot 100 dB(A).  Jullie hebben dan wel de verantwoordelijkheid om gratis oordoppen ter beschikking te stellen.

Een fuif of concert in een zaal?

Vraag aan de zaaleigenaar in welke VLAREM-klasse de zaal valt. Normaal staat dat ook in het huurcontract.

Bevindt de zaal zich in VLAREM, binnen meldingsklasse drie?

De zaal heeft een melding gedaan aan het gemeentebestuur en kan zo zonder problemen altijd 95 db(A) spelen.  Jij moet als organisator wel altijd het geluid meten en zorgen dat de muziek hier niet over gaat.  

95 db(A), dat vinden we toch te weinig?

Als je in een zaal toch hoger dan 95 db(A) wil gaan, vraag je een uitzondering aan het gemeentebestuur.  Let wel: die uitzondering is beperkt tot twaalf muziekactiviteiten per jaar per zaal.  Afspreken met andere jeugdverenigingen is de boodschap.  In het beste geval ben je een van die twaalf uitzonderingen, in het slechtste geval weet je ten minste waar je aan toe bent.

Bevindt de zaal zich in VLAREM, meldingsklasse twee?

Dat betekent dat de zaal zodanig aangepast is dat er meer db(A) gehaald kan worden zonder gehoorschade.  Vaak kun je dan tot 100 db(A) gaan.  Ook hier moet je altijd het geluidsniveau meten en het wordt ook geregistreerd.  Je moet dan ook altijd gratis oordopjes ter beschikking stellen.  

Enkele richtlijnen en tips

  • Download een handig overzichtje dat de wetgeving rond gehoorschade nog eens samenvat.

Download Download Download beslissingsboom_geluidsnormen_aangepast.pdf (246.34 KB)

  • De Vlaamse overheid controleert regelmatig en ook de politie kan vaststellingen doen.  De boetes lopen hoog op voor organisatoren die zich niet aan de maximumnorm houden.  
  • Het heeft ook geen enkele zin om de schuld af te schuiven op de dj die de muziek draait, jij bent en blijft als organisator verantwoordelijk voor het muziekvolume.  Zet duidelijk enkele afspraken op papier: aan welke geluidsnorm moet de dj zich houden, en wat gebeurt er als hij of zij zich daar niet aan houdt? Meer info over de relatie tussen zaaleigenaar en organisator vind je op de website van Formaat.
  • Probeer je gemeente te overtuigen om geluidsmeters aan te kopen.  Die zijn namelijk zeer duur, en als je goede afspraken maakt, kan iedereen hetzelfde toestel gebruiken.  
  • Meten in zalen moet volgens bepaalde regels gebeuren.  Je vindt ze op de Chirowebsite.  In openlucht of op tentfuiven mag het om het even waar.  
  • De wetgeving over gehoorschade is niet dezelfde als die over geluidsoverlast.  Het kan zijn dat de politie jouw evenement stillegt wegens de overlast voor de buurt en niet omdat je te hard speelt voor de oren van de bezoekers.  

Om de oren van je publiek te sparen

  • Voorzie een chill-outzone waar er enkel achtergrondmuziek is en waar bezoekers even kunnen bekomen van de luide muziek.
  • Zorg voor oordopjes, die je gratis ter beschikking stelt.
  • Probeer de boxen wat te spreiden zodat ze niet op één punt gericht staan.
  • Informeer je publiek over het belang van oordopjes en hang affiches op. De jongerenwebsite rond oorsuizen en gehoorschade, ‘De Tuut van Tegenwoordig’, biedt posters aan die jongeren oproepen om hun oren te beschermen. Je kan posters aanvragen op www.detuut.be

(naar boven)

Meten is weten

Je meet het geluidsniveau met een sonometer of decibelmeter. Zo'n toestel is vaak duur. Probeer de gemeente te overtuigen om het toestel te kopen. Het kan dan door verschillende verenigingen gebruikt worden. Vaak lenen de provinciale jeugddiensten ook geluidsmeters uit. 

Hoe en waar moet de meting gebeuren?

Als je beschikt over een meettoestel dat voldoet aan de normen, kun je aan de slag. Daarbij is het van groot belang dat je een correcte, representatieve meting uitvoert. De vuistregel voor een goede meting is meten op een ‘representatieve’ plaats in de fuizaal. Dat wil zeggen: een plaats waar het volume zoveel mogelijk overeenkomt met het gemiddelde volume dat alle bezoekers te verwerken krijgen. Dus zeker niet vlakbij de geluidsbron, maar ook niet helemaal ver weg van die geluidsbron.

  • Bij een liveoptreden met klassieke liveopstelling, of wanneer de luidsprekers de muziek in dezelfde richting over het publiek verspreiden:
    • In zalen bevindt de representatieve meetplaats zich op 1/3 tot ½ van de afstand tussen het podium en het verste punt van de publieksruimte, centraal tussen de luidsprekers. Dit komt in veel gevallenovereen met de plaats waar de mengtafel zich in de zaal bevindt.
    • In openlucht zijn de afstanden vaak groter en bevindt de representatieve meetplaats zich op 1/2 tot 2/3 van de afstand tussen het podium en het verste punt van de publieksruimte met een maximum van 70 meter en centraal tussen de luidsprekers.
  • Bij een opstelling zonder mengtafel, en als de luidsprekers de muziek in verschillende richtingen verspreiden, bevindt de representatieve meetplaats zich centraal tussen de verschillende luidsprekers, indien mogelijk op de kruising van de denkbeeldige assen door alle luidsprekers. Concreet betekent dat meestal: centraal boven de dansvloer.

Ook de positie van de meetmicrofoon is van belang: wanneer de microfoon te laag staat, wordt het geluid mogelijk door het publiek gedempt en krijg je geen representatieve meting. Ook wanneer de microfoon te hoog staat of hangt, kan het zijn dat te lage of te hoge geluidsvolumes worden gemeten. Je houdt best rekening met volgende richtlijnen:

  • De microfoon hangt tussen 1,5 en 3 meter boven de vloer, bij voorkeur net boven het publieksvlak.
  • De microfoon wordt niet gehinderd door publiek of andere obstakels.
  • Indien hangt de microfoon mogelijk minstens 0,5 meter van het plafond, liefst zelfs 1 meter.

Elke zaal is anders. De juiste representatieve meetpositie bepalen, is in sommige specifieke situaties niet makkelijk en voor discussie vatbaar. Bij twijfel, overleg dan met de bevoegde controledienst om samen te bepalen waar de representatieve meetplaats zich moet bevinden.

Meer weten?