Doof & slechthorend

Doof & slechthorend

Kinderen en jongeren die niet horen, kunnen meestal communiceren door liplezen of gebarentaal. Doordat zij op een andere manier communiceren, begrijpen zij snelle en kleine verbale communicatie minder goed, waardoor ze vaker de draad kwijt zijn.

Volg deze 5 tips

  1. Let op de manier waarop je communiceert.
  • Dove of slechthorende kinderen kunnen gesprekken beter volgen als er maar één persoon aan het woord is.
  • Zorg dat de dove of slechthorende je gezicht kan zien als je praat. Kijk hem of haar in de ogen en trek voor je iets zegt de aandacht door het kind aan te raken.
  • Spreek langzaam en duidelijk.
  • Ga niet schreeuwen.
  • Spreek niet rechtstreeks in het hoorapparaat.
  • Gebruik pictogrammen of afbeeldingen om je speluitleg te verduidelijken. Je kan gebruikmaken van de pictogrammen op pictogrammendatabank.be.
  • Het spel voordoen maakt het voor dove of slechthorende leden makkelijker te begrijpen.
  1. Blijf praten, ook al gebruik je gebarentaal. Aan de hand van lichaamstaal kunnen dove of slechthorende kinderen vaak details opvangen.
  2. Vermijd achtergrondlawaai bij een speluitleg. Kinderen met een hoorapparaat kunnen daar last van hebben omdat een hoorapparaat niet alle geluiden filtert.
  3. Oudere leden met een auditieve beperking kun je gerust zelf vragen hoe ze begeleid willen worden.
  4. Bespreek met de ouders hoe jullie ervoor kunnen zorgen dat hun doof of slechthorend kind zich thuis voelt in de Chiro.

En leiding?

Voor hen gelden eigenlijk dezelfde tips. Als je medeleiding een auditieve beperking heeft, bespreek dan in het begin van het werkjaar en voor het kamp wat lukt en wat niet. Maak daar goede afspraken over, help elkaar waar nodig en wees vooral eerlijk met elkaar. De leidingskring kan een moeilijke opgave zijn. Probeer als groepsleiding een discussie zo gestructureerd mogelijk te laten verlopen, laat iedereen een voor een aan het woord. Dat zal ook de kwaliteit van jullie vergadering ten goede komen.