Het kampthema stappenplan

Het kampthema stappenplan

Geen inspiratie voor je kampthema? Of weet je niet goed hoe je dat moet aanpakken? Een goed kampthema schrijven is niet zo moeilijk als je dit stappenplan gebruikt.

 

We weten nog niet wat er met de bivakzomer gaat gebeuren. Wij hopen alvast op een Chirokamp! Hadden jullie nog geen kampthema bedacht? Check hoe je er online over kan brainstormen

 

STAP 1: Zelfverzonnen of gebaseerd op bestaand verhaal


Eerst moet je beslissen of je je verhaal helemaal zelf gaat schrijven of dat je je wilt baseren op bestaande verhalen. Als je een creatieve ploeg hebt, kan je een volledig zelfverzonnen verhaal schrijven. Dan begin je door te brainstormen over wat het grote thema zal zijn. Wordt het een liefdesdrama met driehoeksrelaties tussen aliens en ruimtevaarders? Keren jullie terug in de tijd om het verhaal te vertellen van de laatst overlevende dinosaurus?

Misschien heeft jullie groep een houvast nodig bij het schrijven van het verhaal en baseren jullie je liever op een bestaand verhaal. Bedenk eens een kampthema over Kulderzipken of F.C. De Kampioenen. Herwerk Romeo en Julia tot een cowboys-en-indianenverhaal (*) of herschrijf je favoriete Bijbelverhaal in Star Warsthema.

 

Tip

(*) Blijf weg van clichés en kwetsende stereotypen. Ga je voor cowboys en indianen? Kies er dan niet voor om van de Indianen een bende casinogangers of scalperende wilden te maken. Je verwijst daarmee immers naar een gevoelig stukje geschiedenis dat niet zo fraai is, en dat sterk gekleurd is door de westerse blik.

Need help?

Er bestaan al genoeg verhalen over hopeloze prinsesjes die gered moeten worden door sterke prinsen. Heb je geen inspiratie? De Dienst Artistieke Activiteiten heeft heel wat workshops die je helpen met creatieve expressie. Aarzel niet om hen te contacteren!


STAP 2: Bedenk je personages


In de tweede stap ontwikkel je alle personages die zullen meespelen in je verhaal. Bedenk welke mensen je nodig hebt om je verhaal te vertellen en hoe je personages elkaar kennen. Bedenk voor elk personage een korte biografie.

 

  • Hoe zien ze eruit?
  • Welke kleren hebben ze aan?
  • Hebben ze bepaalde karakteristieke kenmerken?
  • Wat is hun leeftijd?
  • Hoe zit hun karakter in elkaar?
  • Zijn ze behulpzaam, egoïstisch?
  • Gebruiken ze bepaalde stopwoordjes?
  • Wat is hun relatie tegenover elkaar?
  • Zijn ze broer en zus, oude vrienden, klasgenootjes?
  • Wie kent elkaar en wie leert elkaar in het toneel kunnen?

Bedenk de achtergrond van je personages. Je kan daar heel creatief mee omspringen. Zijn er misschien Bekende Vlamingen die hun opwachting maken in jullie toneel? Of zijn er binnen jouw Chirogroep legendarische personages van de afgelopen jaren die je nog eens kan terughalen? Dorpsfiguren werken ook altijd. Als je inspiratie tekortkomt, kan je ook eerst rondvragen wie van de leiding graag meespeelt in het toneel, en voor hen rolletjes bedenken.

Tip

Het is makkelijk om terug te vallen op archetypes. De wijze oude man, het onnozele dom blondje of de sluwe oplichter zijn zo een paar voorbeelden. Stereotypen passeren graag de revue, maar probeer ze toch eens te vermijden. Het eerste Chirotoneel zonder verwijfde man moet misschien nog wel geschreven worden en heus niet elk Aziatisch personage moet de intellectueel van de groep zijn.

 

STAP 3: Bedenk een verhaallijn


Als je een algemeen thema hebt en weet welke personages er meespelen, bedenk je een verhaallijn. Waar speelt het verhaal zich af? In welke tijdsperiode? Wat zullen je personages meemaken en hoe loopt het verhaal af? Denk daarbij aan de spanningsboog: in het begin gaat alles goed en verloopt alles vreedzaam. Daarna stelt zich een probleem waar je personages mee moeten omgaan: een mysterie dat ze moeten oplossen of een andere uitdaging die ze aangaan. In het begin lukt dat vlot, maar plots gaat het toch slechter: je personages komen in de problemen terecht, er zijn misverstanden, en even ziet het eruit alsof ze niet in hun missie zullen slagen. Uiteindelijk raken ze uit de neerwaartse spiraal en kunnen ze toch zegevieren. Eind goed, al goed!

Tip

Moeite om zo'n spanningsboog te bedenken? Denk aan F.C. De Kampioenen! Het verhaal begint normaal, er loopt van alles mis, er zijn heel veel misverstanden, maar uiteindelijk is er een goede afloop.

 

STAP 4: Verdeel het verhaal


Ga na hoeveel toneeltjes er zullen plaatsvinden. Is er bij jouw Chirogroep 's ochtends én 's avonds toneel? En wat met tweedaagses of de dag van de trektocht? Verdeel je verhaallijn in evenveel stukken als er toneeltjes zullen zijn, zodat je per toneelstukje in enkele zinnen kan vertellen wat er zal gebeuren.

STAP 5 : Werk elk toneeltje uit


Schrijf per toneel een volledig uitgewerkt script. Beschrijf hoe het decor eruitziet. Maak een lijst van alle personages die meedoen in de scène. Maak een lijst met alle attributen die nodig zijn, bijvoorbeeld een gsm als het personage in die scène iemand moet opbellen. Werk vervolgens de dialogen uit. Bedenk per personage wat ze gaan zeggen en hoe ze reageren op elkaar.

Extraatjes


Bij een leuk kampthema hoort een leuk aandenken, dat je op het einde van het kamp aan je leden kan geven. Een opnaaier bijvoorbeeld. Maak zelf een ontwerp, waarschijnlijk is er wel iemand in je ploeg die handig genoeg is met Photoshop of Canva om een badge te ontwerpen in thema. Vermeld op het aandenken ook het jaartal en de kamplocatie, zo vergeten je leden nooit meer een kampthema.

Speel eens een groepsspel in het kampthema. Dat vereist wel wat planning om alles goed te doen uitkomen met waar je in het toneel zit en wat je inhoudelijk in het groepsspel zal doen. Je kan bijvoorbeeld tijdens het ochtendtoneeltje je helden zich in de problemen laten werken. In plaats van per afdeling te gaan spelen, is dat toneeltje de start van jullie groepsspel met alle afdelingen samen. Alle leden moeten in teams samenwerken om de helden uit het verhaal uit de nood te helpen. De personages blijven tijdens het hele spel in hun rol en moedigen de leden aan om hen te helpen. Als de leden in hun opdrachten geslaagd zijn, sluit je het spel af met het vervolg van het toneeltje. Op die manier kan je een spel integreren in het toneel.

Eindig je verhaal met een groot feest waar alle personages op uitgenodigd zijn. Als er een koppeltje in je verhaal meespeelt, kunnen zij bijvoorbeeld trouwen en eindig je met een trouwfeest. Op het einde van dat laatste toneeltje (bij voorkeur op de laatste volledige kampdag) kan je de zogenaamde ‘vierde muur’ doorbreken en het publiek, je leden, inschakelen bij het feest. Zo ga je van het laatste toneeltje over in de laatste kampavond en kan je de kampvuuravond, de maaltijd ervoor en alle feestelijkheden op de laatste avond inkleden in je kampthema.

Wil je graag je hele ploeg inschakelen bij het schrijven van het thema? Schrijf eens een doorgeefverhaal! Iemand schrijft enkele zinnen als begin van het verhaal en geeft dat door aan een willekeurige andere. Die persoon vult aan en geeft het verhaal opnieuw door. Zo ga je door tot iedereen van je ploeg een stukje geschreven heeft. Je kan dat makkelijk doen via een document op Google Drive. Via Whatsapp kan je voice-berichten sturen. Als je dan een groepsgesprek hebt met iedereen van de leiding kan je om beurten een voice-bericht inspreken met jouw stukje verhaal. Ideaal voor leiding die niet snel achter een computer te vinden is. Dan moeten alle audiofragmenten gewoon nog uitgetypt worden.

Een geslaagd kampthema heeft een origineel kamplied! Roep je meest muzikale leiding virtueel bijeen en schrijf samen een kamplied. Baseer je op een bestaand lied, maar vervang de tekst door zelfgeschreven lyrics. Daarbij is het belangrijk dat je geen al te moeilijk lied kiest om te zingen. Een lied met een melodie die blijft hangen, zal makkelijker te onthouden zijn. Kies ook een lied dat iemand van de groep op instrument kan begeleiden. Vat het verhaal samen in enkele strofen en zorg voor een catchy refrein dat wat algemener is. Je kan het lied na het toneeltje aanleren aan de leden.